Home » Currently Reading:

Golfwoordenlijst

Welkom op de interactieve golfwoordenlijst van Golfvivant.nl. Waarom is deze lijst interactief? Omdat wij met deze beperkte lijst alleen een aanzet willen geven en u uitnodigen uw kennis van de golfterminologie met ons te delen. Indien u aanvullingen voor deze lijst heeft, nieuwe golftermen, kunt u deze sturen aan redactie@golfvivant.nl om opgenomen te worden in deze lijst. Uiteindelijk moet deze lijst met uw hulp en bijdragen uitgroeien tot een complete golfuitdrukkingen- en woordenlijst waar iedereen die een vraag heeft omtrent een golfuitdrukking of -term een antwoord kan vinden.

Acceleratie – Een positieve toename in de snelheid van een object; bij golf meestal bedoeld voor de snelheid van armen handen en clubhoofd. Een belangrijk begrip voor het begin van de neerwaartse slag tot aan het moment van impact.

Adresseren – Het aannemen van de correcte houding voor het slaan van de bal. Volgens de golfregels is men geadresseerd als men zijn voeten heeft geplaatst en de club op de grond heeft gezet. Of als men in een hindernis zijn voeten heeft geplaatst. Dit laatste vormt een uitzondering op de regel.

Aim – Het doel waar de bal naar toe moet.

Alignment – Het zodanig plaatsen van het lichaam dat alle lichaamslijnen (voeten, knieen, heupen en schouders) in de richting van het doel wijzen.

Angle of approach – De steilheid van de baan waarmee het clubhoofd de bal nadert. Deze hoek beinvloedt de vorm van de balvlucht.

Approach shot – Een slag die gedaan wordt naar de green of die gedaan wordt van de fairway in de buurt van de green.

Axis – De as: een rechte lijn waar het lichaam omheen draait. Men kent in golf verschillende assen, maar de meest gebruikte is de lijn door de ruggegraat, waar het bovenlichaam om draait.

Backswing – De beweging van de club, handen, armen en lichaam weg van de bal om de energie te creëren benodigd om de bal weg te slaan.

Backspin – De terugwaartse rotatie van de bal gemeten over de horizontale as door de bal. De hoeveelheid backspin wordt bepaald door de loft van de club, de groeven van het clubhoofd, de snelheid waarmee men de bal raakt en de invalshoek. Hoe groter de hoeveelheid spin des te hoger de bal zal vliegen en des te eerder ligt hij stil of komt zelfs terugrollen.

Balans – Het evenwicht in een statische toestand, zie ook dynamische balans

Baseball grip – Met deze grip wordt bedoeld dat men de club vasthoudt met de tien vingers naast elkaar, een grip die geschikt is voor mensen met kleine handen of voor mensen die (nog) niet sterk zijn. Kinderen en dames bijvooorbeeld.

Bladed shot – Een schot dat een lage balvlucht kent omdat men de bal beneden de sweet spot raakt. Lijkt op een topper.

Block of blokkade – Men houdt de rotatie van de onderarmen, lichaam of polsen tegen. Dit wordt meestal veroorzaakt door een overmatige spanning bij de speler.

Bobbing – Het op en neer gaan van de speler tijdens de swing, men slaat dan in de grond of topt de bal.

Borrow – Een term die de mate van compensatie die een speler aanneemt tijdens het putten. Men doet dit omdat de green afloopt, men rekening houdt met de grain van het gras of de invloed van de wind.

Break – De gebogen lijn die een bal op de grond volgt ten gevolge van de helling van een green, de grain of de wind.

Bump en run – Een schot dat men dikwijls rondom de green speelt. Men speelt opzettelijk tegen een verhoging om de snelheid uit de bal te halen en hem vervolgens toe te staan dat hij naar de pin rolt.

Bunker – Een hindernis die gevuld is met zand, indien gevuld met gras spreekt men van een grasbunker.

Carry – De afstand die een bal aflegt door de lucht.

Casting – Het vroegtijdig ontknikken van de polsen waardoor de club voor de handen en armen bij de bal arriveren. Ook wel bekend onder de naam ‘hitting from de top’.

Center of gravity – Het zwaartepunt: een punt waar de massa ‘s van het boven- en onderlichaam, van de linkerzijde en rechterzijde alle met elkaar in evenwicht zijn. Dit punt ligt ergens binnen het lichaam ter hoogte van het bekken.

Centrifugaal kracht – De kracht bij een draaiend lichaam die de massa van het object van het centrum van de beweging probeert weg te krijgen. Dezelfde kracht die ervoor zorgt dat het water in een rondraaiende emmer niet uit de emmer valt als de emmer omgekeerd boven je hangt.

Centrum van rotatie – De as waar het lichaam omheen draait, de ruggegraat.

Chicken wing – Een term die het bewegen van de linkerelleboog tracht te beschrijven. Bedoeld wordt het wegbewegen van de elleboog van de zijde van het lichaam waardoor de onderarm rotatie wordt tegengehouden. Men kan deze beweging gebruiken bijvoorbeeld in bunkers als men niet te ver uit de hindernis wil slaan.

Chip en run – Een korte slag in de buurt van de green waarbij de bal slechts kort door de lucht gaat en lang doorrolt naar de vlag.

Chip – Een schot met een lage balvlucht, meestal gespeeld naar de green of om een bal terug in het spel te brengen.

Choke – Een psychische toestand van een speler waarbij hij niet in staat is om te presteren op zijn normale nivo.

Choke down – Een club lager beetpakken om de controle over de stok te vergroten.

Chunking – Een schot waarbij de club eerst de grond raakt voordat hij de bal raakt. De afstand wordt hierdoor enorm verkort.

Clearing the left side – Het naar links draaien van de heupen voor een rechtshandige speler, zodat de handen en armen kunnen volgen.

Cleek – De naam die bij een houten vier hoort.

Closed-face clubhead - De positie waarbij het clubhoofd links van de doellijn wijst.

Closed clubface (tijdens de swing) – Als het clubblad een hoek maakt met de raaklijn aan de baan, die kleiner is dan negentig graden.

Closed stance – Als de rechtervoet naar achter staat t.o.v. de doellijn.

Club head speed – De snelheid van het clubblad op het moment van het raken van de bal. Deze snelheid is mede bepalend voor de benodigde stijfheid van de shaft. Over het algemeen kan men stellen dat hoe hoger de snelheid is, hoe verder de bal gaat.

Cocked wrists – Als de polsen geknikt zijn in de richting van de linkerduim, tijdens de backswing.

  • Idem, bowed – Als tijdens het knikken van de polsen de linkerhand in de richting van de palm van de hand gebogen wordt.
  • Idem, cupped – Als tijdens het knikken van de polsen de linkerhand in de richting van de rug van de hand gebogen wordt.
  • Idem, in plane – Als tijdens het knikken van de polsen de rug van de linkerhand precies in lijn is met de onderarm, de rechterhand is evenwijdig aan de linker.

Coil – Het draaien van het lichaam of pivot tijdens de backswing. Het bovenlichaam draait verder dan het ondelichaam hetgeen een rekkend gevoel oplevert ( vuistregel schouders 90 graden heupen 45 graden).

Come over the top – Een beweging tijdens de voorwaartse swing dat het pad van de club steiler maakt, men zou deze term dienen te vervangen door outside to in swing.

Connection – Met connectie wordt bedoeld dat alle lichaamsonderdelen in de goede onderlinge verhoudingen worden bewogen gedurende de gehele swing.

Cross-handed – Een manier van plaatsen van de handen die meestal tijdens het putten wordt toegepast, zie Bernard Langer. De linkerhand wordt lager geplaatst dan de rechter.

Cut shot – Een schot met een licht openstaand clubblad terwijl er van buiten naar binnen gezwaaid wordt. Het gevolg is dat er extra spin wordt toegevoegd aan de bal ( met de klok mee). De bal vliegt als bij een fade en licht sneller stil.

Dead wrists – Deze term wordt voornamelijk gebruikt bij schoten rondom de green. De polsen worden tijdens de swing niet gebruikt.

Deceleration – Tijdens de voorwaartse swing een remmende beweging maken. Een fout die veel voorkomt en de meeste slechte schoten veroorzaakt.

Divot – Een plagje, dat weggeslagen wordt als de club met de juiste invalshoek de bal raakt. Het is geen voorwaarde voor een goede slag. Het plagje legt u natuurlijk altijd terug.

Drag – Een kracht die opgewekt wordt door een lichaam in beweging, luchtweerstand.

Draw – Een bal met een opzettelijke balvlucht van rechts naar links.

Duck hook – Een bal die snel naar links wegdraait, ook wel snap hook genoemd.

Dynamic balance – De juiste manier van gewichtsoverbrenging terwijl we de controle op het lichaam behouden.

Early hit – Als een speler te vroeg de polsen ontknikt, ook wel ‘hitting from the top’ genoemd.

Explosion shot – Als een bal diep in een bunker ligt en men een schot produceerd waarbij de club zich diep in het zand ingraaft en men een grote hoeveelheid zand verplaatst, spreekt men van een explosieschot.

Extension – Als men tijdens impact de gewenste lengte van de linkerarm bereikt, dit geldt tevens voor de rechterarm na impact. Het gebeurd vanzelf als men ontspannen door de bal heen gaat. In sommige literatuur wordt dit begrip ook gebruikt voor de extensie tijdens de backswing.

Fade – Een bal met een opzettelijke balvlucht van links naar rechts.

Fairway – Het kort gemaaide gedeelte van een hole, van tee naar green. In tegenstelling tot wat de rough wordt genoemd.

Fat shot – Een schot waarbij de grond geraakt wordt voor dat de bal geraakt wordt.

Flange – Het geprojecteerde deel van de zool van de club, zoals bij een sandwedge, ook wel bounce genoemd.

Flat swing – Een swing waarbij men een horizontalere rotatie heeft dan normaal wordt geacht.

Flier – Een benaming voor een bal die verder dan normaal vliegt. Dit wordt gewoonlijk veroorzaakt door het feit dat er gras tussen het clubblad en bal zat op het moment van impact. Daardoor wordt er minder backspin op de bal overgedragen, dit resulteert in een langere vlucht en rol. Water kan hetzelfde effect tot gevolg hebben.

Fluffy lie – Als een bal tot stilstand komt op lang gras, waardoor de kans dat men onder de bal doorslaat toeneemt, spreekt men van een fluffy ligging.

Follow-through – Dat gedeelte van de swing nadat men de bal geraakt heeft. Het bewust afmaken van de follow through helpt om vloeiend door de bal te gaan.

Forward press – Een kleine beweging van handen en armen die het bewegen naar achter in gang zet.

Forward swing – Als de backswing is afgerond beweegt men zich in tegenovergestelde richting. Dit deel van de swing noemen we de forwardswing. Het woord downswing zou door deze term vervangen moeten worden. Met de laatste term bestaat de neiging dat men zich op de grond richt i.p.v. op een voorwaartse beweging.

Fried egg – Vrij vertaald: het gebakken ei. Bedoeld wordt dat een bal in een kratertje in een bunker ligt.

Grain – De richting van de blaadjes van het gras en de manier waarop ze liggen.

Green – Het zeer kort gemaaide gedeelte van een hole, waarop de vlag staat, op dit gedeelte wordt de bal geput. Men probeert de bal in het gat te spelen waarin de vlag stond.

Grip (uitrusting) – Dat gedeelte van de club waar de speler zijn handen plaatst, het is vaak van leer, rubber of synthetisch materiaal.

Grip (techniek) – Het plaatsen en de positionering van de handen op de club. En ook de precisie en de druk die de speler toepast.

– Interlocking – Bij deze manier van plaatsen vlecht de speler zijn rechterpink en de linkerwijsvinger.

– Overlapping – Bij deze wijze plaatst men de rechterpink op de linkerwijsvinger of om de knokkel van deze vinger heen.

– Reverse overlapping – Deze manier van plaatsen wordt gebruikt bij het putten. Men plaatst de linkerwijsvinger over de vingers van de rechterhand.

– Ten-finger (baseball) – Deze manier kent geen overlapping of vlechten van de vingers, aan te bevelen voor mensen met kleine handen.

Grounding – Met deze term bedoelt men het plaatsen van de club op de grond tijdens het adresseren.

Heeled shot – De bal wordt dichtbij de hosel geraakt.

High side – De hoge kant van de hole als de green een helling vertoont.

Hooding – De speler verandert de loft van de club door de handen voor de bal te houden.

Hook – Een balvlucht die sterk van rechts naar links draait.

Hosel – Dat gedeelte van de club waar de shaft het bald ingaat.

Impact – Het moment waarop de club zijn energie overdraagt aan de bal, dit moment duurt 0,045 seconden.

Inside to in – Het pad van de club, gezien t.o.v. de doellijn. Op deze manier worden rechte ballen geslagen onder de voorwaarden dat het blad haaks op het pad staat en dat de bal in het midden van het blad geraakt wordt.

Inside to out – De club komt nu van binnen de doellijn en passeert deze naar buiten toe.

Intended line of flight – De richting waarin men de bal denkt te gaan spelen.

Kinetische energie – Een vorm van energie die te maken heeft met de beweging van een voorwerp. De formule: E=1/2*M*V in het kwadraat (E=totale energie, M=de massa van het lichaam, V=de snelheid).

Lateral shift – Een beweging die men tijdens de swing uitvoert, men draagt het gewicht over van rechts op links tijdens de voorwaartse beweging.

Lever system – Het systeem van hefbomen dat in de swing actief is. De voornaamste twee zijn de linkerarm en het knikken van de polsen. Gebruikt men de polsknik niet dan scheelt dat een factor 2,8 in de lengte.

Lie( van de bal) – De ligging van de bal op de grond.

Lie ( van de club) – De hoek die de shaft maakt met de zool van de club, gemeten door het centrum van de shaft. Er zijn drie mogelijkheden te rechtop, goed en te vlak (zie bij materiaal).

Linksbaan – Een golfbaan die is aangelegd op een smalle strook land tussen het strand en het achterland evenwijdig aan de zee. De klassieke linksbaan kent negen holes die  kop aan staart liggen en van het clubhuis weggaan (“out”) en negen holes die kop aan staart liggen en terug naar het clubhuis voeren (“in”).

Lob shot – Een kort hoog schot dat meteen stil ligt na de landing.

Loft – De mate van hellingshoek die in de club is gebouwd. Bij de ijzers wordt deze hellingshoek gemeten door de hoek van de raaklijn aan het blad en de lijn door het centrum van de shaft te meten. Bij houten meet men de hoek van de raaklijn in het midden van de kop en voornoemde lijn door de shaft.

Long Irons – De ijzers 1,2,3 en 4 behoren tot deze groep.

Loop – De vorm van de boog als de backswing en de forwardswing niet met elkaar overeenkomen.

Loosened grip – Als een speler tijdens de swing de vingers opent en zodoende controle verliest over de club. Het meest bekende voorbeeld is het openen van de laatste drie vingers in de top van de backswing.

Middle irons – Tot de middenijzers rekent men de ijzers 5, 6 en 7.

One-piece-takeaway – Dit is een manier van wegnemen van de club. Deze stijl is al zo’n vijftig jaar populair. De armen, handen en club worden in bijna dezelfde verhoudingen naar achter bewogen. De polsen mogen enigzins knikken maar niet het blad sluiten of openen tijdens de beweging. Ik refereer meestal aan de driehoek van armen en schouders. Deze driehoek dient bij deze stijl van spelen in zijn geheel weggenomen te worden.

Open clubface (bij adresseren en impact) – Men spreekt over een open blad tijdens het adresseren, als de hiel van de club de teen leidt. Het blad wijst naar rechts t.o.v. de doellijn.

Open clubface (tijdens de swing) – Als de hoek tussen het blad en de raaklijn aan de swingbaan groter is dan negentig graden.

Open face grip – Als de handen zodanig op de club zijn geplaatst dat de V’s gevormd door de handen teveel in tegenwijzerzin zijn gedraaid (teveel tegen de richting van de zon in). Men spreekt ook wel van een zwakke grip (weak grip). Zie ook Strong grip

Open stance – Er is sprake van een open stand als men de linkervoet naar achter plaatst t.o.v. de doellijn.

Outside to in – Als de club de bal van buiten de doellijn nadert en na de impact de doellijn kruist en zijn weg naar binnen verder volgt. De invalshoek van de club wordt hierdoor steiler. Men slaat een hogere bal dan normaal en mist lengte.

Path – De boog die de richting aangeeft waarin de club gezwaaid wordt als we van bovenaf kijken. Meestal wordt alleen direct voor en na impact gekeken.

Pinch shot – Een kort schot, dat rond de green gespeeld wordt, met een kwieke neerwaartse beweging.

Pitch and run – Een hoog schot dat meer rol heeft dan normaal.

Pivot – De beweging van het lichaam rondom een gefixeerde as. Meestal de lichaamsdraai rondom de ruggegraat.

Plumb bob – een semi-wetenschappelijke methode om te zien naar welke kant een bal zal rollen op een green ten gevolge van een helling. Het loodrecht houden van een stok en zien aan welke kant de hole zich bevindt.

Plugged Lie – Men spreekt ook wel over een embedded bal. Een bal die in zijn eigen pitchmark bevindt.

Practice swing – Oefenswing uitgevoerd  om het lichaam voor te bereiden op de werkelijke slag.

Pre shot routine – De routine die een speler uitvoert voordat hij de bal slaat.

Pronation – Pronatie is het tegenovergestelde van supinatie. Beide termen staan voor het draaien van de onderarmen en handen gedurende de swing. Pronatie is het naar binnen draaien van de palmen van de handen. In de voorwaatse swing proneert de rechterhand terwijl de linker supineert.

Pulled hook – Een schot dat links van het doel vertrekt en zelfs verder naar links draait.

Pulled shot – Een schot dat links van het doel vertrekt en zijn weg recht vervolgt.

Pulled slice – Een schot dat links van het doel vertrekt en met een boog naar rechts terugdraait.

Punch shot – Een balvlucht die laag is. Dit wordt veroorzaakt doordat de speler het gripeinde voor het clubhoofd houdt tijdens impact. Zodoende wordt de loft van de stok verlaagt.

Pushed hook – Een schot dat rechts van het doel vertrekt en met een curve naar links terugkeert.

Pushed shot – Een schot dat rechts van het doel vertrekt en zijn weg recht vervolgt.

Pushed slice – Een schot dat rechts van het doel vertrekt en met een curve verder naar rechts draait.

Raised swing center – Het swing center ligt ergens tussen de top van de ruggegraat en de het centrum van de nek. Rondom dit punt vindt de rotatie van het lichaam plaats. Als men dit centrum op en neer beweegt spreekt men vaak over: ” Ik kijk te vroeg op”.

Reading the green – Het lezen van de green, dit is het proces waarbij men factoren zoals natheid, helling, grain van het gras en windinvloed probeert te beoordelen ten einde de put te kunnen maken.

Recover – Het spelen van een schot waardoor men van een vrij onmogelijke plaats naar een betere plek op de baan komt.

Release – Toestaan dat het clubblad weer naar een haakse positie terugkomt en zodoende de energie, die men opgebouwd heeft in de backswing, over te dragen op de bal.

Reverse weight shift – Als men tijdens de backswing het gewicht op het verkeerde been brengt. In dit geval op het linkerbeen. In de top van de backswing moet het meeste gewicht op het rechterbeen rusten.

Setup – Het proces waarin de speler zijn lichaam en zijn club zodanig in relatie tot de bal plaatst zodat hij de optimale houding vindt om de bal te kunnen slaan.

Shanking – Het raken van de bal met de hosel van de club. Een mogelijke oorzaak is het extreem van buiten naar binnen slaan.

Shape of shot – De vorm van de balvlucht, slaan we een bal recht of curvend van links naar rechts of juist andersom van rechts naar links.

Short game – Het korte spel, hieronder wordt verstaan alle soorten slagen die in de buurt van de green worden geslagen. Bijvoorbeeld: putten, chippen, pitchen, bunkerslagen en alle variaties in deze slagen.

Short irons – Tot deze groep horen de ijzers 8,9 en pitching wedge. De sandwedge wordt dikwijls als een speciale club gezien.

Sky – Onder een bal doorslaan met de bovenkant van het blad raken.

Slice – Een balvlucht die sterk van links naar rechts draait.

Smothered hook – Een hook die snel naar de grond duikt, wordt meestal veroorzaakt door een overdreven gesloten blad.

Sole – De zool van het clubblad. De onderkant van de club.

Splash shot – Een schot dat met een goede ligging in de bunker wordt gespeeld waarbij de bal in een fontein van zand ui te de bunker komt.

Spoon - Dit is de oude benaming voor de tegenwoordige houten drie.

Spot putting – Bij deze manier van putten wordt er een punt gezocht, dat zich op de puttinglijn bevindt, tussen de hole en de bal.

Square – Met deze term kunnen verschillende zaken bedoeld worden in golf. Ten eerste: het clubblad is haaks op de doellijn geplaatst. Ten tweede: m.b.t. de stand, een lijn langs de hielen van de voeten getrokken is evenwijdig aan de doellijn. Ten derde: de schouders, heupen en knieën zijn eveneens evenwijdig aan de doellijn. Ten vierde: de hoek tussen de onderkant van de club en de raaklijn aan de boog is 90 graden.

Stance – De stand, of het plaatsen van de voeten tijdens het adresseren.

Steer – Het proberen te sturen van de bal, men denkt controle over de bal te kunnen hebben. Dit betekent verlies van lengte en richting.

Straight faced – Een club met weinig of geen loft.

Strong grip – Dit is het tegenovergestelde van een weak grip. Beter zou zijn om van een closed face grip te spreken. De handen zijn teveel in de richting van de zon op de club geplaatst (Open face grip).

Supination – Het naar buiten draaien van de palmen van de handen (duimen naar buiten). Het is het tegenovergestelde van pronatie ( zie ook aldaar).

Swaying – Een overdreven bewegen van het lichaam in laterale zin, zowel in forward- als backswing.

Sweet spot – Vrij vertaald het midden van de clubkop. Anders: die plaats in het blad waar de kop niet tordeert als een voorwerp wordt geraakt.

Swing arc – De boog die de club beschrijft tijdens de swing. Er zijn twee belangrijke maten: de lengte en de wijdte van de boog.

Swing center – Een punt waaromheen de min of meer cirkelvormige beweging van de armen en het bovenlichaam wordt gemaakt. Dit punt bevindt zich ergens aan de bovenzijde van de ruggegraat en de basis van de nek. Het swing center behoeft niet persé doodstil gehouden te worden. Voor het korte werk zal dit over het algemeen wel het geval zijn, maar voor lange slagen is een zekere beweging toegestaan. Beweegt het echter te veel dan wordt de gehele coördinatie van de swing wel extreem moeilijk.

Swing plane – Het denkbeeldige vlak waarin de club zich beweegt. Het vlak heeft een hellingshoek, vlak, normaal en steil. De richting is ook belangrijk, van binnen, op de lijn of van buiten.

Takeaway – Het eerste stukje van de backswing, zie ook one piece takeaway.

Target line – De denkbeeldige lijn door de bal naar het doel.

Tempo – Het tempo waarmee de club wordt bewogen, de meeste swings duren 1 of 2 seconden.

Three quarter shot – Drie kwart schot waarmee 75% van de afstand wordt bereikt.

Timing – De volgorde van de bewegingen om de meest efficiënte beweging te verkrijgen.

Toed shot – Een bal die met de teen van het blad wordt geraakt.

Topped shot – De bal wordt boven zijn evenaar geraakt, het gevolg een laag traject met een enorme rol.

Trajectory – De baan die de bal in de lucht beschrijft.

Transition – De overgang van de backswing in de downswing.

Uncock - Het toestaan dat de polsen weer in lijn komen met de armen, ook wel ontknikken.

Upright – Een zwaaivlak dat steiler is dan normaal, hetgeen meestal resulteert in een naar rechts draaiende balvlucht. Fade of slice. Ook kan bedoeld worden de lie van de club, de steel van de club staat rechterop dan normaal.

Visualisatie – Zich een beeld vormen van de vorm van de bal, het is een mentaal proces dat aan het slaan van de bal vooraf gaat.

Waggle – Een kleine beweging of serie van beweging met de bedoeling te ontspannen en het juiste ritme van de slag te vinden.

Weak grip – Het tegenovergestelde van een sterke grip. De handen zijn te veel tegen de richting van de zon in, op de club geplaatst. We spreken liever van een open face grip.

Yips – Een psychologische toestand van de speler die hem de controle over de handen en de club doet verliezen. Het komt het meest voor tijdens het putten. Het wordt voor de speler bijna onmogelijk om een bal uit te holen. Maar het kan evengoed optreden tijdens chippen, pitchen of bij het bunkerspel.

Gratis E-book? Schrijf in voor de Nieuwsbrief



Gratis online golf kijken !

Video

Raphael Nadal over de mentale kant van golf (video)

Nadal

Dat veel tennissers van golf houden is algemeen bekend. Ivan Lendl overwoog ooit nog eens een professionele carriere in golf na zijn tennisloopbaan. Ook Raphael Nadal is een enthousiast golfer. In onderstaande video vertelt hij over zijn ervaringen.

Wedstrijd met plastic golfclubs

plastic

Je kan de mannen van Dude Perfect van alles verwijten, behalve dat ze niet creatief zijn. In deze video doen de mannen een onderlinge competitie met , jawel, plastic golfclubs. Je kent ze wel, van de kleine setjes die je aan je (klein)kinderen geeft als eerste golfset. Kijk en lach… …

AdvertisementAdvertisementAdvertisementAdvertisement

Golfbanen in Tsjechië

Bekijk de banen op een grote kaart

Laatste ratings op baanratings.nl